Deelnemers gezocht voor fMRI-onderzoek naar terugval depressie

GRONINGEN

Mensen die hersteld zijn van een depressie, hebben 40 tot 60% kans om terug te vallen in een nieuwe depressieve episode.

Dit zijn geen opbeurende cijfers, maar uit eerder onderzoek is gebleken dat wanneer mensen in de herstelde fase na een depressieve episode preventieve cognitieve therapie krijgen, de kans kleiner is dat ze binnen vijf tot tien jaar een nieuwe depressieve episode doormaken. Het is nog niet duidelijk waarom sommige mensen wel, en sommige mensen niet terugvallen. Ook is onbekend hoe preventieve cognitieve therapie precies werkt, en bij wie. Om te begrijpen hoe preventieve cognitieve therapie de kans op terugval verkleint onderzoekt het team Depressiestudie van het UMCG, onder leiding van neurowetenschapper dr. Marie-José van Tol, wat er verandert wanneer mensen die hersteld zijn van een depressie preventieve cognitieve therapie ondergaan. Het functioneren van de hersenen, pupilreacties en emotionele aandacht van een groep herstelde depressieve mensen die preventieve cognitieve therapie krijgt, wordt vergeleken met een groep herstelde depressieve mensen die deze therapie niet krijgt. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van fMRI-metingen. Inzicht in de veranderingen die teweeggebracht worden door preventieve therapie kan belangrijke aanwijzingen geven over de kwetsbaarheidsfactoren bij depressie, en in de toekomst helpen om effectievere behandelingen te ontwikkelen. Voor dit onderzoek worden deelnemers gezocht tussen de 18 en 55 jaar oud, die in de afgelopen vijf jaar minstens twee keer depressieve klachten hebben gehad, en die graag iets zouden willen doen om terugval te voorkomen. Voor meer informatie over de studie en over aanmelding, kijk op: www.depressiestudie.com.

Auteur

Redactie