Veel waardering voor bron- en contactonderzoek

LEEUWARDEN - Om verspreiding van het coronavirus te voorkomen doet de GGD Fryslân bron- en contactonderzoek (bco). Maar wie zijn de mensen achter dit team en hoe gaan ze te werk? De 63-jarige Enny van der Wiel uit Jirnsum geeft een kijkje achter de schermen.

Enny van der Wiel is als verpleegkundige opgeleid en heeft al ruim veertig jaar ervaring in de gezondheidszorg, waaronder als directeur van Talant. De laatste jaren was zij als zelfstandige projectmatig werkzaam in de zorg, totdat corona uitbrak. ,,Ik wilde in de strijd tegen de pandemie graag iets bijdragen dus heb ik me bij de GGD aangemeld. Sinds augustus vorig jaar maak ik deel uit van het bron- en contactonderzoekteam’’, vertelt Van der Wiel.

Wanneer blijkt dat je het coronavirus hebt, voert de GGD een bron- en contactonderzoek uit. Het brononderzoek is om te achterhalen waar je het coronavirus hebt opgelopen en wie mogelijk op dezelfde manier is besmet. Bij het contactonderzoek wordt in kaart gebracht met wie je in contact bent geweest, vanaf twee dagen voorafgaand aan de klachten tot het moment van de positieve testuitslag. Er is onderscheid tussen huisgenoten, nauwe contacten en overige contacten.

Onder de indruk
De GGD kon haar hulp goed gebruiken want het team is in een paar maanden tijd snel opgeschaald. Meer dan 160 personen zetten zich inmiddels in voor de afdeling bron- en contactonderzoek in Fryslân. Het team bestaat onder andere uit doktersassistenten, jonge dokters, gepensioneerde dokters, verpleegkundigen, leerkrachten, sociaal werkers of pas afgestudeerden. ,,Heel veel mensen willen graag helpen, de jongste is 22 en de oudste 70 jaar’’, vertelt Van der Wiel. Zij is onder de indruk van hoe goed het team draait, maar ook van de soepele ondersteuning van deze nieuwkomers binnen de GGD. ,,En ik heb al heel wat ervaring als leidinggevende. Mensen zijn flexibel, hulpvaardig en hebben een hoog zelf organiserend vermogen. Bovendien is de werksfeer heel goed.’’

Telefoongesprek
Een bco-onderzoeker gaat eerst op zoek naar de bron, dan naar de contacten en vervolgens worden de maatregelen samen met de coronapatiënt doorgenomen. ,,Een telefoongesprek duurt ongeveer een half uur. Eerst vragen we uiteraard hoe het met die persoon gaat en wat voor klachten ze hebben. Vervolgens willen we graag weten op welke dag de klachten zijn begonnen. Als we dat weten kunnen we een rekensom maken. Dan proberen we zo goed mogelijk in beeld te krijgen waar de betreffende persoon de dagen hiervoor was en met wie. In het tweede deel van het gesprek brengen we in kaart met wie de coronapatiënt contact heeft gehad. Voor de lockdown kostte dat meer tijd. Je merkt nu dat het aantal contacten veel kleiner is geworden.’’

Eenzame opsluiting
Tot slot vertellen de bco-onderzoekers welke maatregelen er genomen moeten worden om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Van der Wiel: ,,Ik merk dat mensen dat heel graag willen weten. Ze willen duidelijkheid over wat hen staat te wachten, hoe lang de isolatie duurt en wat voor gevolgen het heeft voor eventuele huisgenoten. Maar we proberen ook uit te leggen waarom de maatregelen nodig zijn. Als ze dat weten hebben ze er meer begrip voor en zijn ze gemotiveerder om het vol te houden. Dagen van ‘eenzame opsluiting’ volgen. Daarom vragen wij aan mensen hoe ze wonen en hoe ze deze dagen het beste door kunnen brengen. Mensen zijn vaak overdonderd door alle informatie die op hen afkomt. Vandaar dat we ze nog een mail sturen waarin ze alles rustig kunnen nalezen.’’

Vol ongeloof
Alleen al het maken van één dossier kost zes uren tijd. De GGD belt altijd nog een tweede keer terug. Dit wordt overigens zeer gewaardeerd door de coronapatiënten. Wat Enny van der Wiel opvalt is dat mensen vaak vol ongeloof zijn: hoe kan dit? Ze zijn voor hun gevoel vaak zo voorzichtig geweest en toch hebben ze het virus opgelopen. De meesten houden zich goed aan de afstand, het handen wassen en het dragen van een mondkapje. Maar waar het dan bijvoorbeeld mis gaat is dat een broer en een zus toch bij elkaar in de auto stappen om hun zieke moeder te verzorgen. ,,Wij krijgen regelmatig de vraag: wat staat me te wachten? Daar kunnen wij helaas geen antwoord op geven. Het is zo’n verraderlijk virus, het kan alle kanten opgaan. Het lijkt wel alsof de tweede golf anders is dan de eerste. Er zijn nu meer dodelijke slachtoffers. Maar ik ben natuurlijk geen viroloog. In elk geval staat vast dat er in Fryslân nu behoorlijk wat meer besmettingen zijn. Het is daarom maar goed dat ons team in korte tijd enorm is uitgebreid. Als buitenstaander ben ik echt onder de indruk hoe de GGD functioneert als crisisorganisatie.’’

Meer inzicht
Bijzonder is dat de bron- en contactonderzoekers een belangrijke bijdrage leveren om meer inzicht te krijgen in hoe het coronavirus zich verspreidt. Aan de hand van hun bevindingen weten epidemiologen waar de mensen de meeste kans lopen om besmet te raken. Daar worden de regels van het RIVM weer op aangepast. Het belangrijkste wat Enny van der Wiel zelf heeft geleerd door het werk dat zij nu doet voor de afdeling bco: ,,Het is écht geen feest om corona te krijgen. Je wereld staat op dat moment letterlijk stil en niet alleen die van jou, maar ook die van je dierbaren. Mensen kunnen er behoorlijk ziek van worden, zelfs jongeren. Dat wil je toch niet?’’

Klasina van der Werf