Officier: afpersing kwetsbare dorpsgenoten niet te bewijzen

Een oud-inwoner (51) van Vrouwenparochie zou kwetsbare dorpsgenoten geld en goederen hebben afgetroggeld. Dat is volgens het Openbaar Ministerie niet te bewijzen.

Een van de slachtoffers zou in een paar jaar tijd meer dan 40.000 euro aan de verdachte hebben afgestaan. De man zou ook zijn gedwongen om een wasmachine en een droger, die hij nog maar net had aangeschaft, te verkopen. Het tweede slachtoffer zou zo’n 3000 euro aan de verdachte hebben moeten geven.

De verdachte, die inmiddels in Leeuwarden woont, zou het geld hebben gebruikt om drugs van te kopen. De man ontkende alles en bestreed dat hij het tweetal had bedreigd. Volgens hem zijn de twee slachtoffers niet zo kwetsbaar en beïnvloedbaar als ze door mensen uit hun omgeving werden gekenschetst.

Hij gaf toe dat hij wel met de mannen mee naar Sint Annaparochie ging om geld te pinnen. Eén van de dorpsgenoten kon volgens hem de bedragen niet invullen op de pinautomaat. Van de ander zou hij geld hebben gekregen omdat hij klusjes voor hem had gedaan. 

De officier van justitie stelde dat het onder dwang afstaan van geld niet kon worden bewezen, maar het verkopen onder dwang en bedreiging wel. Daarvoor eiste de officier een werkstraf van 50 uur plus 50 uur voorwaardelijk. De Leeuwarder zou alleen de wasmachine en de droger moeten vergoeden. Dat bedrag, 2000 euro, bleef over van een totale schadevordering van bijna 45.000 euro. Uitspraak op 9 juni.