Lezing over chilisalpeter, het witte goud

LEEUWARDEN - - Aafke Steenhuis geeft zondag 2 februari vanaf 15:00 uur in het Fries Landbouwmuseum een lezing over de geschiedenis van chilisalpeter en de betekenis ervan voor de noordelijke landbouw.

Voor de komst van de kunstmest zochten boeren naar allerlei manieren om hun land vruchtbaar te houden. Terpen werden afgegraven om met de vruchtbare terpaarde de grondkwaliteit te verbeteren. Verder werden stoffen als menselijke uitwerpselen uit de steden, kalk, beendermeel, vodden, roet en as gebruikt. Het zelfde gebeurde op de zandgronden met plaggen en stalmest. Vanaf halverwege de 19e eeuw haalde men uit de kustgebieden van Chili en Peru vogelstront, de zogenaamde guano. Maar na enkele jaren gebruik voldeed de guano niet meer.

Zoutachtige stof

Toen ontdekte men in de Atacamawoestijn in Chili een zoutachtige stof: chilisalpeter. Het zou een revolutie teweeg brengen in de landbouw en de voorloper worden van de hedendaagse kunstmest. Het chilisalpeter zorgde voor een grote bedrijvigheid in een feitelijk onbewoonbaar gebied. Honderdduizenden mensen werkten in deze industrie, onder vaak erbarmelijke omstandigheden. De ontginning van het chilisalpeter begon omstreeks 1830. De productie piekte tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen veel salpeter werd gebruikt voor de fabricage van springstoffen. Tussen 1879 en 1884 voerde Chili zelfs een ‘Salpeteroorlog’ met Bolivia en Peru om de salpetervelden in bezit te krijgen.

Inleider is schrijfster en schilder Aafke Steenhuis, van oorsprong een Groningse, maar al jaren in Amsterdam woonachtig. Als kind in Delfzijl maakte ze mee hoe grote schepen uit Zuid-Amerika met chilisalpeter aanmeerden in de haven. Later, als journaliste in Chili, ontdekte ze dat chilisalpeter uit het noorden van Chili kwam.

Spookdorpen

In haar boek ’Windjammers in Delfzijl ‘De route van de chilisapeter’, (2003) reist Aafke Steenhuis door de Atacamawoestijn, ze bezoekt oude salpetermijnen en spookdorpen en de Chileense haven Iquique, van waaruit de meststof in grote viermastbarken en later in gemotoriseerde schepen naar Europa werd geëxporteerd. De schrijfster zeilt met een voormalig salpeterschip, de Kruzenstern, over de Atlantische Oceaan en de Noordzee om uiteindelijk in de haven van Delfzijl aan te komen, vroeger een belangrijke salpeterhaven.

Aan de ene kant van de wereld werd het zout uit miljoenen jaren oude zandlagen gedolven, aan de andere kant van de aardbol werd het weer in de aarde gestrooid. Naar aanleiding van haar boek is de film ‘Het witte goud’ gemaakt. Na de lezing zullen fragmenten uit deze film worden vertoond.

Aanmelden kan via de website van het Fries Landbouwmuseum.

www.frieslandbouwmuseum.nl