Opinie: Voor wie moeten de winkels langer open?

Leeuwarden staat op het punt de winkeltijden te verruimen. Wie er zo graag op zondagochtend wil winkelen, staat niet vast. Maar de effecten zijn onomkeerbaar. ,,Maar ik denk dat er heel weinig bedrijven zijn die echt op zondagochtend open gaan.” Was getekend: Hayo Galema, binnenstadsmanager in Leeuwarden en voorstander van de verruiming van de winkeltijden tijdens de raadsbijeenkomst woensdagavond.

Juist die opmerking roept de vraag op waarom het college van b. en w. dan toch die verruiming van de winkeltijden wil doorzetten. Een verruiming die zorgt voor tweespalt. In de gemeenteraad (wat niet zo erg is) maar ook onder de ondernemers in de stad. Het legt een scheiding bloot tussen de ‘lokale middenstand’ en de grootwinkelbedrijven. Kleinere ondernemers die overwegend tegen verdere verruiming zijn, en de grotere concerns die niet kunnen wachten om meer en langer open te zijn.

Leeuwarden moet en zal mee in de vaart der volkeren en onbeperkt kunnen winkelen – winkelen in de zin van ‘beleving’ en als vrijetijdsbesteding – en daarom mogen winkels straks tussen zes uur ’s ochtends en middernacht open. Iedere dag. Zeven dagen per week, 363 dagen per jaar. Alleen op eerste kerstdag en nieuwjaarsdag zal de winkelende Leeuwarder zijn heil elders moeten zoeken als hij toch iets wil kopen.

In 2015 gaf de Leeuwarder raad de zondag vrij: voortaan mochten winkels op zondagmiddag open. De zondagochtend? Die bleef buiten schot. En daarbij werd gerept over de zondagsrust. Over het belang om iedereen de mogelijkheid te geven naar de kerk te gaan. Ik wist niet dat de ontkerkelijking de afgelopen vijf jaar in zo’n rap tempo is verlopen, dat dat argument nu niet meer telt.

Achteraf bekeken is het argument van het (gedeeltelijk) eerbiedigen van de zondagsrust, toen, een gelegenheidsargument geweest om de zondagsopenstelling door de raad te krijgen. Wethouder Henk Deinum kondigde in 2015 namelijk al aan dat op een later tijdstip verdere liberalisering mogelijk zou zijn.

De argumenten die nu gebruikt worden, zijn praktisch dezelfde als in 2015. De veranderende koopbehoefte van de consument. Diezelfde consument die winkelen als vrijetijdsbesteding beschouwt – en klaarblijkelijk op zondagochtend of op maandagavond om elf uur op die manier de behoefte heeft om in winkels te recreëren.

Maar waar dat dan uit blijkt, blijft gissen. Harde cijfers ontbreken. Ook is niet duidelijk hoe groot de omzetstijging van winkeliers is. Geven consumenten meer uit als winkels langer open zijn, of geven ze hetzelfde uit, verspreid over meer openingsuren?

Een ander argument is de zogenaamde harmonisatie van de winkeltijden, waarmee bedoeld wordt dat in alle delen van de gemeente dezelfde regels gelden. Dus ook in de delen van Littenseradiel en Leeuwarderadeel die sinds twee jaar bij de gemeente horen. Het was mij niet bekend dat in Littenseradiel en Leeuwarderadeel de winkels praktisch onbeperkt open waren voordat ze bij Leeuwarden kwamen. Dus wat hier geharmoniseerd wordt, blijft onduidelijk.

,,Maar ik denk dat er heel weinig bedrijven zijn die echt op zondagochtend open gaan.” Nogmaals Hayo Galema, die ook de verwachting uitsprak dat het vooral supermarkten, bakkers en andere voedingswinkels zouden zijn die gebruik zouden maken van de mogelijkheid op zondagochtend open te gaan. Waarom kiest de gemeente er dan niet voor om alleen die winkels een ontheffing te geven voor de zondagochtend?

De tegenstanders – de afgelopen week met veel mensen aanwezig in de raad – zijn juist bang voor de consequenties die onbeperkte openstelling met zich meebrengt. Dat de zondag een gewone winkeldag wordt, in plaats van een rustdag. Dat de zondag als een gewone werkdag gaat gelden waardoor toeslagen voor het personeel op den duur verdwijnen. Dat de zondag een gewone dag wordt, nog minder het rustpunt in de week wordt. Dat ‘we’ doorslaan in het alsmaar consumeren, economische waarden boven alle andere waarden stellen.

Een ding is in ieder geval zeker. Als de gemeenteraad instemt met de verruiming, stemt ze in met een maatregel die niet terug te draaien is. Een maatregel waarvan nu gezegd wordt dat er waarschijnlijk niet zoveel gebruik van gemaakt gaat worden. Maar hoe dat in de toekomst is? Het enige dat zeker is dat de gemeenteraad na een positief besluit geen middelen meer heeft om eventuele ongewenste effecten te beteugelen.

Patrick van ’t Haar is raadsverslaggever van deze krant.