Een bom verwoestte het station van Jelsum: 'Dat was ons huis'

,,We zijn er nog, we kunnen ons alles nog herinneren’’, zegt Tiny Bosma-Winkel (82). Samen met haar zus Janny vertelt ze in de LC het bijzondere verhaal over het Jelsumer station, waar zij woonden. Hun moeder was binnen toen het gebouw omver geblazen werd door een bom.

,,Het voelde voor ons als een paleis’’, vertelt Janny de Vries-Winkel (85) lachend, ,,maar we waren natuurlijk kinderen.’’ ,,Het was heel groot’’, herinnert Tiny zich. Beiden wonen nu in Leeuwarden, maar de LC nam de zussen mee naar de plek waar het station vroeger stond, langs het spoor van het Dokkumer Lokaaltje.

,,Dit doet me wel wat’’, zegt Tiny. Ze weet nog hoe ze eerder in de oorlog met haar ouders, zus en broer naar Jelsum verhuisde. ,,Wij woonden eerst bij pake in Westernijkerk, dat was klein. Onze vader kreeg ander werk bij de spoorwegen.’’ Het gezin verhuisde per trein, iets wat toen zelden gebeurde.

Op een doordeweekse dag in 1944 moesten de kinderen op de Jelsumer lagere school naast hun schoolbankjes duiken. Er kwamen geallieerde bommenwerpers af op het Leeuwarder vliegveld. Hun broer zat in Leeuwarden op school en hun vader was aan het werk in de stad. Alleen hun moeder, Lokke Winkel-van Slooten, was thuis toen de vliegtuigen naderden.

Daar brak de hel los. Mogelijk werd het gebouw omver geblazen door een explosief dat aan de zuidwestkant viel. ,,Die dag werden wij in de klas naar voren geroepen. Via de tamtam wisten ze op school blijkbaar wat er was gebeurd. We moesten eerst maar even mee met juf naar huis.’’ Het Jelsumer station lag plat. De zusjes raakten die dag bijna al hun bezittingen kwijt.