Rechter: afgebeten oorschelp was 'noodweer exces'

Een 41-jarige Leeuwarder is woensdag door de rechter ontslagen van alle rechtsvervolging nadat hij een deel van het oor van een plaatsgenoot (39) had afgebeten.

Na een bezoekje aan een coffeeshop aan het Zuidvliet kregen de mannen ruzie. Die ontaardde in een worsteling. Volgens de verdachte kwam hij onderop te liggen - dat bleek ook uit de camerabeelden - en drukte zijn opponent, die hem in een houdgreep hield, een duim in zijn rechter oog.

In paniek zou hij de man in het oor hebben gebeten. Deze persoon moet nu met een half oor door het leven, want het afgebeten stuk oorschelp kon niet meer worden aangezet. De verklaring van de verdachte werd deels door beschikbare camerabeelden bevestigd.

'Uitermate ingewikkeld'

Officier van justitie Riemke de Vries sprak van een 'uitermate ingewikkelde zaak' omdat de naast de verklaringen van beide heren amper objectieve bewijsmiddelen waren. Er waren geen getuigen en de camerabeelden toonden het handgemeen maar gedeeltelijk. Niet te zien was bijvoorbeeld dat er in een oog werd geprikt en dat vervolgens werd gebeten. Wel was een foto van de verdachte aan het dossier toegevoegd die een verwonding onder zijn rechter oog toonde.

De Vries eiste vrijspraak van het verwijt zware mishandeling. Ze vond de verklaring van de verdachte ,,niet onaannemelijk'' en concludeerde dat hij in dat geval terecht een beroep op zelfverdediging - noodweer - had gedaan.

Veel te heftig verdedigd, maar...

Advocaat Herman Postma wees op verschillende onvolkomenheden in de verklaring van het vermeende slachtoffer. Hij had bijvoorbeeld verklaard dat het incident plaatsvond bij zijn auto, maar die was op de beelden niet te zien. ,,Ik acht het verhaal van mijn cliënt geloofwaardiger'', stelde Postma.

Rechter Marijke Jansen ging daar in mee. ,,Ik ga uit van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding'', stelde ze. Hoewel Jansen vond dat de verdachte zich door te bijten veel te heftig had verdedigd, besloot ze dat hij een beroep kon doen op noodweer exces omdat hij handelde in een plotselinge gemoedsopwelling, uit angst om zijn oog te verliezen.