Muren storten in bij Yn it skaad fan ‘e Toer

Ryptsjerk

Stel het leven voor als een bouwplaats waar ieder mens zijn eigen levensmuur metselt. Ooit geloofde de mens dat er een God was die het metselwerk van de mens overnam zodat de muur van eigen leven van het begin tot het eind vastlag. In de zeventiende eeuw werd dit alles deftig verpakt in de predestinatieleer.

Tijdens de dorpsvergadering in de Einekoer bij de voorstelling Yn it Skaad fan ‘e Toer in Ryptsjerk is dit alles op luchtige en komische wijze verweven in het streven eigen leven en toekomst vorm te geven.

Het nadenken over de richting van die toekomst wordt plotseling tot leven gewekt door de betweterige, ambitieuze Randstedeling Natasja en de mogelijke aanwezigheid van een schilderij van Rembrandt in het graf van Antje van Uylenburg. Het dorp kent een klassieke bezetting van mensen die aan hun eigen levensmuur werken en daar vrede mee hebben. En dan komt plotseling die tegenwoordig zo machtige god Mammon op het toneel.

Het spiegelpaleis van het grote geld belooft veel aan dorpelingen die deels niet echt tevreden zijn met eigen bestaan. Schoonmaakster Tetje heeft een prachtige zangstem maar haar mogelijkheden worden verstikt door het dagelijks geluid van de stofzuiger. De schuchtere predikant Chris Roorda zit gevangen in eigen toga.

De mogelijke aanwezigheid van een onbekende Rembrandt opent de hemelpoort naar het grote geld. Dromen van een groter leven, voorzichtig uit je eigen schaduw treden om te schitteren in het felle licht aan horizon. Aan de andere kant de angst en behoudzucht van de gevestigde orde die de muur van eigen leven al goeddeels heeft gemetseld. Dat alles levert verbaal vuurwerk op rondom de vergadertafel en al gauw wordt duidelijk dat de definitieve beslissing van de stammenstrijd elders gezocht moet worden. Ook al omdat de dorpsjeugd het avontuur aanjaagt en dat mag het openbreken van een graf in een kerk wel genoemd worden.

Dominee Roorda doopt zijn moed in alcohol en gaandeweg radicaliseert deze zielenherder overtuigend. Met de jongeren Sjoerd, Siepie en Ruurd als zijn discipelen. De benzinegeur verspreidt zich door de vergaderzaal, het dreigende Herder zakmes van vroeger is ingeruild voor een heuse motorkettingzaag. Op naar de kerk, op naar het licht of wellicht leidt het pad naar de ondergang. Onderweg van de Einekoer naar de kerk raast de jeugd op snelle brommers vooruit als herauten van een nieuwe wereld. Een kleurrijke weg langs de barricades van de stammenstrijd in het dorp, een brandend voertuig, grote trekkers op oorlogssterkte, echtparen die elkaar de deur wijzen met op de achtergrond een dreigend tromgeroffel.  

Eenmaal in de kerk worden de zorgvuldig gemetselde levens steen voor steen afgebroken en de bouwers worden tragisch beroofd van hun illusies. De jeugd deint op de alcohol, zij hebben immers weinig verloren want hun levensmuur was relatief klein. Roorda bevrijdt zich definitief van de knellende toga en hem rest niets anders dan opnieuw metselen. Misschien dat de theologie iets te lang aan het woord is in de kerk. Maar dat doet geen afbreuk aan deze flitsende en spectaculaire theatervoorstelling die geen enkele levensmuur spaart en daarom geen moment verveelt.

Tekst: Rynk Bosma


Auteur

Redactie