Stormruiter predikt liefde voor Friese paard

Leeuwarden

Zelfs als je geestelijke bagagerek niet is gevuld met overdadige liefde voor de schoonheid van het Friese paard of voor paarden in het algemeen, dan nog val je als een blok voor de sierlijke zwarte viervoeters in de voorstelling De Stormruiter.

De esthetische schoonheid van het liefdesduet van vrouw en man te paard van voor de pauze moet je wel raken. Als dat al niet eerder is gebeurd met flitsende demonstraties waarbij het Friese paard de hoofdrol telkens weer opeist.

Welbeschouwd is het af en toe meer circus dan theater compleet met acrobatiek. Die spectaculaire scènes op en onder het paard werden overigens niet uitgevoerd met Friese paarden. Geheel ongeschonden kwamen die paarden echter niet uit de demonstratie want een ‘bedrijfsongelukje’ leverde een hinkend paard op die de arena noodgedwongen moest verlaten. Heel attent werd het publiek echter op de hoogte gehouden van het wel en wee van het paard dat in Emmeloord werd onderzocht.

Tussen dat alles door sijpelde de verhaallijn van de mens worstelend met het wassende water in ‘t Bilt anno 1650. Het Bijbelse beeld van de Rode Zee dringt zich op met een sneeuwwitte ‘Mozes’ die een kind offert aan de woeste natuur. De manier waarop dat op een groot doek visueel werd gemaakt was eveneens van een betoverende schoonheid. Het prachtige waddenlandschap met een dreigende schaduwkant en die dreiging, daar ging de voorstelling over. De veiligheid van de zeedijk, de visionaire denkbeelden van Houke Haaies tegenover de behoudende bevolking.

Inmiddels is het dan al 1750 als Houke via een huwelijk dijkgraaf wordt want Houke zelf had niet genoeg klei onder de klompen. Dat wil zeggen hij bezat niet genoeg ‘morgens’, de maateenheid van toen, om in aanmerking te komen voor dijkgraaf. Dank zij de ‘morgens’ van de dochter van de dijkgraaf is dat toch mogelijk. Het effect van zijn verbeteringen wordt bezongen in een lied met de tekst ‘Droge voeten en volle maag’ en dat leidt tot een tevreden achterover leunen, blind voor nieuwe maatregelen of veranderingen.

Het is dan inmiddels 1765 en als toeschouwer weet je dat het verhaal eigenlijk niet meer is dan het behang, de franje of slingers van een verhaal waarin het Friese paard de hoofdrol speelt. Harddraverij, voor de ‘belslide’ of voor de hooiwagen en sjees en dat alles verpakt in sierlijke rondgangen zodat ‘it swarte goud’ nog beter tot zijn recht komt. Met op de achtergrond anachronistische beelden van de landbouw uit een tijd van de eerste helft van de twintigste eeuw, uit een tijd dat dit op foto kon worden vastgelegd.

De weergaloze beelden van vliegende zeemeeuwen, verwaaiend schuim op een verlaten strand doen je beseffen hoe de machtsverhoudingen tussen mens en natuur zijn gekanteld in het voordeel van de mens. Zelfs de meest verstedelijkte stoïcijn zal emotioneel zwichten voor zoveel natuurschoon. Hij zal knielen voor het romantische theater waarin het dier voor één keer nog boven de mens wordt geplaatst. Hij zal zich realiseren dat ‘it Frysk hynder’ wat behandeling betreft geen klagen heeft, ook al omdat er veel geld mee is gemoeid.

Hij zal ook voor lief nemen dat de Stormruiter als voorstelling met die mooie Bildtse taal als voertaal aan de lange kant is. Een kniesoor zal hij worden genoemd want de Stormruiter is boven alles een ode aan het Friese paard en daardoor wordt de macht van de natuur op romantische wijze nog één keer boven de macht van de mens geplaatst. Een rangorde die alleen nog in een voorstelling mogelijk is en dan is lengte van ondergeschikt belang.

Tekst: Rynk Bosma


Auteur

Redactie